Carvedilol EG 25,00Mg Tabl 98X25Mg
Op voorschrift
Geneesmiddel

Carvedilol EG 25,00Mg Tabl 98X25Mg

  € 23,34

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 6,05 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 3,63 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 23,34
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Chronisch congestief hartfalen Bij patiënten met chronisch hartfalen moet carvedilol in eerste instantie toegediend worden als adjuvans-behandeling naast een behandeling met diuretica, ACE-inhibitoren/AIIRA's, digitalis en/of vasodilatatoren. De behandeling dient te worden gestart onder toezicht van een ziekenhuisarts. De behandeling mag alleen worden gestart indien de toestand van de patiënt gedurende ten minste 4 weken gestabiliseerd is volgens de traditionele basistherapie. Patiënten met ernstig hartfalen, zout- en volumedepletie, oudere patiënten of patiënten met een lage basisbloeddruk moeten worden gevolgd gedurende ongeveer 2 uur na de eerste dosering of na een verhoging van de dosis, aangezien er hypotensie kan optreden. Hypotensie tengevolge van een excessieve vasodilatatie wordt eerst behandeld door vermindering van de diureticadosering. Indien de symptomen aanhouden, kan de dosering van de ACE-inhibitor/AIIRA verminderd worden. Bij aanvang van de behandeling of tijdens de opwaartse titratie van carvedilol kan een verslechtering van het hartfalen of de vochtretentie optreden. In dat geval moet de diureticadosering verhoogd worden. In bepaalde gevallen kan het evenwel noodzakelijk zijn om de behandeling met carvedilol te verminderen of stop te zetten. De carvediloldosering mag niet verhoogd worden zolang de symptomen ingevolge de verergering van het hartfalen of de hypotensie door vasodilatatie niet onder controle zijn. Bij patiënten met chronisch hartfalen die behandeld worden met digitalis, dient men voorzichtig te zijn met het toedienen van carvedilol, aangezien zowel digitalis als carvedilol een verlengend effect hebben op de atrioventriculaire geleidingstijd (zie rubriek 4.5). Nierfunctie bij congestief hartfalen Gedurende de behandeling met carvedilol is reversibele verslechtering van de nierfunctie gerapporteerd bij patiënten met hartfalen die tevens last hadden van hypotensie (systolische bloeddruk < 100 mm Hg), ischemische hartaandoening en gegeneraliseerde atherosclerosis, diffuse vaatziekte en/of onderliggende nierinsufficiëntie. De nierfunctie dient bij patiënten met hartfalen die last hebben van deze risicofactoren, gecontroleerd te worden tijdens titratie van de carvediloldosering. Indien hun nierfunctie opmerkelijk verslechtert, dient de carvediloldosering verlaagd te worden of de behandeling stopgezet. Linker ventriculaire disfunctie na acuut myocardiaal infarct Voor de start van de behandeling met carvedilol moet de patiënt klinisch stabiel zijn en zou deze een ACE-remmer moeten hebben gekregen gedurende de afgelopen 48 uur, en de dosis van de ACE�remmer zou gedurende de afgelopen 24 uur stabiel moeten geweest zijn. Chronische obstructieve longziekte Patiënten met een chronische obstructieve longziekte met aanleg voor bronchospasmen die geen orale of inhalatiemedicatie gebruiken, dienen enkel met voorzichtigheid carvedilol te gebruiken indien het verwachte voordeel opweegt tegen het mogelijke risico. Bij patiënten met aanleg voor bronchospasmen kan er ademnood ontstaan ten gevolge van een mogelijke toename van de luchtwegweerstand De patiënten dienen nauwlettend gevolgd te worden in de startfase en de titratie van carvedilol en de dosis ervan dienen verlaagd te worden in geval van bronchospasmen tijdens de behandeling. Diabetes Carvedilol kan de symptomen en tekenen van acute hypoglykemie maskeren. Patiënten met diabetes mellitus en hartfalen kunnen soms een verminderde bloedglucosebalans vertonen indien zij carvedilol gebruiken. Daarom dienen diabetespatiënten die carvedilol gebruiken, nauwgezet gecontroleerd te worden door middel van regelmatige bloedglucosebepalingen, vooral tijdens doseringstitratie, en dient de diabetesmedicatie aangepast te worden, indien nodig (zie rubriek 4.5). De bloedglucosespiegels dienen ook nauwgezet gecontroleerd te worden na een lange periode van vasten. Perifere vasculaire ziekte Carvedilol zou met voorzichtigheid gebruikt moeten worden bij patiënten met perifere vasculaire ziekte aangezien bèta-blokkers de symptomen van arteriële insufficiëntie kunnen versnellen of verergeren. Fenomeen van Raynaud Carvedilol zou met voorzichtigheid gebruikt moeten worden bij patiënten die lijden aan perifere circulatoire stoornissen (bijv. fenomeen van Raynaud) aangezien symptomen kunnen verergeren. Thyreotoxicose Carvedilol kan de symptomen van thyreotoxicose maskeren. Anesthesie en zware operatie Voorzichtigheid wordt aangeraden bij patiënten die een algemene operatie ondergaan, vanwege de synergistische, negatieve inotrope effecten van carvedilol en anesthetica. Bètablokkers reduceren het risico op aritmieën tijdens anesthesie; het risico op hypotensie kan echter ook verhoogd zijn. Daarom is voorzichtigheid geboden bij het gebruik van bepaalde anesthetica. Recentere onderzoeken suggereren echter een voordeel van bètablokkers bij het voorkomen van perioperatieve cardiale morbiditeit en de reductie van de incidentie van cardiovasculaire complicaties. Bradycardie Carvedilol kan bradycardie veroorzaken. Indien de hartslagfrequentie is gedaald tot minder dan 55 slagen per minuut, dient de carvediloldosering verlaagd te worden. Hypersensitiviteit Carvedilol dient met voorzichtigheid toegediend te worden aan patiënten die in het verleden last hebben gehad van ernstige overgevoeligheidsreacties alsook bij diegenen die desensibilisatietherapie ondergaan, omdat ß-blokkers zowel de gevoeligheid voor allergenen als de hevigheid van anafylactische reacties kunnen verhogen. Psoriasis Patiënten met een voorgeschiedenis van psoriasis die een therapie van bètablokkers ondergaan, zouden carvedilol enkel moeten nemen na overweging van de risco-batenratio. Gelijktijdig gebruik met calciumkanaalblokkers Een nauwgezette controle van het EKG en de bloeddruk is nodig bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met calciumkanaalblokkers van het verapamil- of diltiazemtype of met andere antiaritmica. Feochromocytoom Bij patiënten met feochromocytoom dient een initiële behandeling te worden gestart met α-blokkers voordat een bètablokker wordt gebruikt. Hoewel carvedilol een α- en bètablokkade uitoefent, is er niet voldoende ervaring met deze ziekte en daarom is voorzichtigheid geboden bij deze patiënten. Prinzmetal (variant) angina Middelen met niet-selectieve bètablokkerende activiteit kunnen pijn in de borststreek veroorzaken bij patiënten met Prinzmetal (variant) angina. Er is geen klinische ervaring met carvedilol bij deze patiënten ook al kan de alfablokkerende activiteit van carvedilol deze symptomen voorkomen. Voorzichtigheid is echter aangeraden bij de toediening van carvedilol aan patiënten waarvan gedacht wordt dat ze Prinzmetal (variant) angina hebben. Contactlenzen Personen die contactlenzen dragen moeten weten dat zij mogelijk minder traanvocht zullen produceren. Ontwenningssyndroom Het gebruik van carvedilol dient, net als het gebruik van andere bètablokkers, niet abrupt gestaakt te worden. Dit geldt met name bij patiënten met een ischemische hartziekte. De behandeling met carvedilol dient geleidelijk, binnen de twee weken, te worden gestopt, bijv. door de dagelijkse dosering iedere derde dag te halveren. Indien noodzakelijk dient op hetzelfde tijdstip een vervangende therapie te worden gestart opdat angina pectoris niet zou verergeren. Andere waarschuwingen Patiënten van wie bekend is dat zij langzame metaboliseerders van debrisoquine zijn, dienen nauwgezet gecontroleerd te worden bij aanvang van de behandeling (zie rubriek 5.2). Aangezien er weinig klinische ervaring is, mag carvedilol niet worden toegediend aan patiënten met labiele of secundaire hypertensie, orthostatische hypotensie, een acute inflammatoire hartziekte, hemodynamisch relevante obstructie van hartkleppen of outflow tract, een gevorderde perifere arteriële aandoening, gelijktijdige behandeling met een 1-receptorantagonist of alfa2-receptoragonist. Vanwege het negatief dromotroop effect van carvedilol, mag het enkel met voorzichtigheid worden toegediend aan patiënten met eerstegraads hartblok.

  • Essentiële hypertensie
  • Chronische stabiele angina pectoris
  • Matig tot ernstig hartfalen

De werkzame stof in Carvedilol EG is:

  • carvedilol.

De andere stoffen zijn:

  • sucrose
  • lactosemonohydraat
  • povidon K25
  • crospovidon
  • watervrij colloïdaal siliciumdioxide
  • magnesiumstearaat

Wees extra voorzichtig en informeer uw arts als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:  amiodaron of andere geneesmiddelen om het hartritme onder controle te houden  digoxine of digitoxine (tegen hartfalen)  diltiazem of verapamil (tegen hypertensie en hartproblemen)  amlodipine, felodipine, nifedipine, en gelijkaardige calciumkanaalblokkers (tegen hoge bloeddruk)  alle andere geneesmiddelen voor de behandeling van hoge bloeddruk  insuline of tabletten voor de behandeling van diabetes  rifampicine, erythromycine, clarithromycine of telithromycine (antibiotica)  cimetidine (voor de behandeling van maagzuur of maagzweren)  ketoconazol (voor de behandeling van schimmelinfecties)  fluoxetine (een antidepressivum)  haloperidol (een antipsychoticum)  reserpine, guanethidine, methyldopa of guanfacine (zogenaamde centraal werkende geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk)  clonidine (voor de behandeling van talrijke zeldzame aandoeningen)  moclobemide of fenelzine (zogenaamde MAO-remmer voor de behandeling van depressie)  ciclosporine (om de immuunfuncties van het lichaam te onderdrukken)  ergotamine (voor de behandeling van migraine of een te lage bloeddruk)  nitraten (voor de behandeling van angina pectoris)  geneesmiddelen voor de behandeling van psychosen (fenothiazines), depressie (tricyclische antidepressiva) of epilepsie (barbituraten)  niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID's)  cortisonepreparaten oraal of via injectie toegediend  oestrogeenpreparaten (vrouwelijke hormonen)  geneesmiddelen voor de behandeling van allergische reacties (adrenaline) – hun effect kan verminderd zijn  bèta-agonist bronchodilatatoren (gebruikt voor de behandeling van beklemming op de borst en piepende ademhaling als gevolg van astma of andere aandoeningen van de borst, bijvoorbeeld salbutamol en terbutaline).

Zeer vaak (kan meer dan 1 op 10 mensen treffen)  duizeligheid, hoofdpijn  verergering van hartfalen (kortademigheid, opzwelling van de enkels)  lage bloeddruk  vermoeidheid

Vaak (kan tot 1 op 10 mensen treffen)  bronchitis, pneumonie, infecties van de luchtwegen, urineweginfecties  gewichtstoename, toename van het cholesterolgehalte in het bloed, verminderde glucosetolerantie, toename of afname van de bloedsuikerspiegel (bij diabetische patiënten), anemie (een daling van het aantal rode bloedcellen)  depressie, depressieve stemming  visuele stoornissen, verminderde traanvorming (droge ogen), oogirritatie  trage hartslag, oedeem, vochtophoping, lage bloeddruk bij het overeind komen (orthostatische hypotensie)  verminderde bloedcirculatie in de extremiteiten (koude vingers of voeten, claudicatio intermittens)  raynaudfenomeen (pijnlijke vingers of tenen die eerst wit, dan blauw en uiteindelijk rood worden)  ademhalingsmoeilijkheden (dyspneu), longoedeem, verergering van astmatische symptomen  misselijkheid, braken, diarree, maagzuur, maagpijn  pijn in de extremiteiten, algemene pijn  nierfunctiestoornissen, nierfalen, stoornissen bij het urineren

Soms (kan tot 1 op 100 mensen treffen)  slaapstoornissen  flauwtegevoel, flauwte, tintelingen aan de extremiteiten (paresthesie)  hartblok, pijn op de borst (angina pectoris)  allergische huidreacties: exantheem, netelroos, jeuk  psoriasis, psoriasisachtige huidreactie  haarverlies  impotentie

Zelden (kan tot 1 op 1.000 mensen treffen)  daling van het aantal bloedplaatjes (kan sneller tot blauwe plekken of neusbloedingen leiden)  neusverstopping

Zeer zelden (kan tot 1 op 10.000 mensen treffen)  daling van het aantal witte bloedcellen (kan klachten veroorzaken van infectie, onverklaarbare koorts, keelpijn)  overgevoeligheids- (allergische) reacties  verhoging van leverenzymen (ALAT, ASAT, GGT)  incontinentie bij vrouwen  ernstige ziekte met blaarvorming op de huid, mond, ogen en geslachtsdelen (bijv. erythema multiforme, stevens-johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse)

4.3 Contra-indicaties - Overgevoeligheid voor de werkzame stof of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstof(fen). - Onstabiel/gedecompenseerd hartfalen, hartfalen behorend tot de NYHA-klasse IV van de classificatie voor hartfalen waarvoor een behandeling met intraveneuze inotrope middelen noodzakelijk is. - Voorgeschiedenis van bronchospasme of astma. - Chronische obstructieve longziekte met bronchiale obstructie (zie rubriek 4.4). - Klinisch zichtbare leverdysfunctie. - Tweede- of derdegraads AV-blok (tenzij er een permanente pacemaker is ingeplant). - Ernstige bradycardie (< 50 slagen/min.). - Sick-sinussyndroom (inclusief sino-atriaal blok). - Cardiogene shock. - Ernstige hypotensie (systolische bloeddruk < 85 mm Hg). - Metabole acidosis. - Gelijktijdige intraveneuze behandeling met verapamil of diltiazem (zie rubriek 4.5).

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er is niet voldoende klinische ervaring met carvedilol bij zwangere vrouwen. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar uit dierenonderzoeken m.b.t. gevolgen voor zwangerschap, embryonale/foetale ontwikkeling, baring en postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Het mogelijke risico voor mensen is ongekend. Carvedilol mag niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap tenzij het potentiële voordeel opweegt tegen het potentiële risico. Bètablokkers verminderen de placentaperfusie, wat kan leiden tot de intra-uteriene dood van de foetus, een miskraam of vroegtijdige geboorte. Verder kunnen ongewenste effecten optreden (met name hypoglykemie, bradycardie, respiratoire depressie en hypothermie) bij de foetus en de pasgeborene. De pasgeborene heeft een verhoogd risico op hart- en longcomplicaties tijdens de postnatale periode. Experimenteel onderzoek bij dieren heeft geen substantieel bewijs van teratogeniciteit met carvedilol aangetoond. De behandeling moet 2 tot 3 dagen vóór de verwachte geboorte worden gestaakt. Indien dit niet mogelijk is, moet de pasgeborene gedurende de eerste 2 tot 3 dagen na de geboorte worden gecontroleerd. Borstvoeding Dierenstudies hebben aangetoond dat carvedilol of zijn metabolieten uitgescheiden worden via de moedermelk. Het is niet gekend of carvedilol wordt uitgescheiden via de moedermelk. Borstvoeding wordt daarom niet aanbevolen tijdens de toediening van carvedilol.

Essentiële hypertensie

  • Startdosis: 12,5 mg, 1 x /dag gedurende 2 dagen
  • Indien nodig, de dosis verhogen met tussenstappen van minstens 2 weken
  • Onderhoudsdosis: 25 mg, 1 x /dag
  • Max. 50 mg /dag, max. 25 mg per inname

Chronische angina pectoris

  • Startdosis: 12,5 mg, 2 x /dag gedurende 2 dagen
  • Vervolgens 25 mg, 2 x /dag
  • Max. 100 mg /dag in meerdere innames

Hartfalen

  • 3,125 mg 2 x /dag gedurende de twee eerste weken
  • Indien goed verdragen, de dosis verdubbelen met tussenstappen van minstens 2 weken
  • Max. 25 mg, 2 x /dag bij patiënten < 85 kg; in uitzonderlijke gevallen max. 50 mg, 2 x /dag bij patiënten > 85 kg

Toedieningswijze

  • Mag op een nuchtere of volle maag ingenomen worden
  • Patiënten met hartfalen wordt echter wel aangeraden het geneesmiddel tijdens de maaltijden in te nemen om de absorptie te vertragen en de kans op orthostatische hypotensie te verminderen
CNK 2503795
Organisaties Eurogenerics (EG) Generics & Consumer
Merken Eurogenerics (EG)
Breedte 65 mm
Lengte 120 mm
Diepte 42 mm
Hoeveelheid verpakking 98
Actieve ingrediënten carvedilol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)